Onder de windroos
- Lise Sur Mont
- 3 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Voor wie zich afvraagt hoe het ondertussen met mijn liefdesreis is, daar ben ik dit jaar bewust stil rond gebleven.
En tegelijk blijft: mijn reis als tweelingziel is de energie achter alles wat ik schrijf, doe, deel, wie ik ben en waarvoor ik gekomen ben.
Dit gedicht is deel van mijn boek in wording: 'Onder de windroos'.
Lees in alle rust, laat het binnenkomen, laat me weten of het iets met je doet.
Meer poëzie kan je vinden op mijn andere pagina onder mijn naam Lise Surmont, of in mijn bundel 'Wij zijn zwanen'.
In stilte reizen we verder
ik in mij, zij in haar
wij onvermijdelijk en
altijd stromend door elkaar
we raken aan, tasten af,
verwijderen ons als water van de kust
en komen altijd terug
we spoelen aan
in het hart, in het huis,
het heilige punt van raaklijnen
getekend door twee stenen in het water onder de brug
het oog van God kijkt altijd toe
wij herinneren aan alles wat ooit was
voelen trillingen en proberen woorden te vinden
die aan die liefde raken, aan de rand van wat we voelen
de grootsheid, de diepte, de tijdloosheid
de kaders zijn open gebroken
we zijn ontrafeld
als tapijten in losse draden
die samen een weefwerk vormen
daar vinden we elkaar en worden we gevonden
ooit waren we mineralen, fossielen, rooksignalen,
glimwormen in een wereld door de zon verlaten —
iriserende wolken in regenboogkleuren
opgekrulde varens, reuzen van diepzeewater,
dansende kwallen,
migrerende monarchvlinders en
opengevouwen waterlelies
wij waren alles al, een anomalie van de tijd—
korstmossen binnengesijpeld in een mensenlichaam
van twee in één
één in twee
zijn we er weer
we reizen verder
van in de groene vallei, waar plantenetende dinosaurussen leefden in vrede met elkaar
tussen vochtige rotsen die de oertijd bewaren en
maanlicht weerspiegelen
wij zijn alles geweest
en al die vormen tonen de weg
naar ergens
tijd kan scheuren
ruimte kan barsten
continenten zijn uit elkaar gedreven
grotschilderingen vervaagd en gebleven
maar er bestaat geen pad dat ons vanbinnen scheidt
woorden waaien niet
de wind draagt ze, geeft klank aan onze stem
die in onze huidige vorm de sleutel is:
het bewijs van onze lange levensadem
de kans om ons verhaal te vertellen in
de taal van bewegende lippen
— je hebt de mijne geleerd
laat me nu ook die van jou leren
déjame enseñarte tu idioma
hier en nu
vandaag en morgen
we hebben elkaar gevonden en dat is een axioma:
we zullen elkaar altijd weer vinden
in een eindeloze zomer
El beso de dos océanos, postal, 1923




Opmerkingen